Browsing Tag

hij

‘Hoi.’

De eerste les van het nieuwe schooljaar en ik ben te laat. Voor de deur van het lokaal waar we les hebben, hou ik mijn pas in. Nog even snel een hand door mijn haar en mijn shirtje recht trekken. Ik had zijn naam vorig jaar al opgezocht op Facebook en toen ik hem vorige week op mijn nieuwe klassenlijst zag staan was ik blij verrast. Nu ben ik iets minder blij. Mijn eerste indruk maak ik liever niet met knalrode wangen door het rennen en uitgezakt haar door de regen.  Ik doe de deur van het lokaal open en scan langs mijn nieuwe klasgenoten. Pjuuuw, hij zit er niet tussen. Ik  neem snel plaats aan het eerste tafeltje dat ik tegenkom. Vooraan, ‘all by myself’. `

ImageNa uit te zijn gehijgd en het idee te hebben er weer redelijk normaal uit te zien, zwaait de deur open. Nonchalant, totaal niet uitgeput, stapt hij binnen. Ook hij snelt zich naar het dichtstbijzijnde tafeltje en ploft neer. Hij ploft neer. Ja, hij zit nu. Wat zit hij leuk. Damn hij is leuk.  Hij zit leuk, NAAST MIJ! ‘Fuck, fuck, fuuuuuuuuck! Hij zit naast mij! What to do? Moet ik iets zeggen? Nee, op de les letten. Doe alsof je op de les let.’. Ik kijk naar de lerares, en probeer te begrijpen wat het geluid betekent dat over haar snel bewegende lippen komt.  ‘Wooow, wat ruikt hij lekker.’.
Verder lezen

Hate it or love it. Or both?

Hoewel we met z’n vieren uit waren, rennen we hier nog maar met z’n tweeën. Het is stil en verlaten. Je hoort ons hard hijgen. M’n vriendin schreeuwt naar me dat ik harder moet rennen, maar het lukt niet. Één van de andere twee meiden was eerder op de avond met haar vaste scharrel mee gegaan. Waar die ander naar toe is weet ik niet. Ik ben blij voor haar dat ze hier niet is.

We rennen door een woonwijk, we moeten land inwaards. ‘Fuck! Weer water.’ hoor ik haar schreeuwen. Dit is al de derde keer. We keren om. Er is nog maar één richting over. Die moet goed zijn. Dat weten we zeker. We geven alle kracht die we in ons lichaam hebben om zo snel mogelijk bij de zee vandaan te komen. M’n vriendin rent steeds harder. Had ik maar net als zij fanatiek aan basketbal gedaan de afgelopen jaren. Ze gaat sneller en sneller, tot ik haar niet meer zie. Mijn passen verslomen en al snel sta ik stil. Alles doet zeer. Ik leun op mijn knieën. Mijn adem stokt. De laatste die over is ben ik. Iedereen is dood.

Opeens staat hij daar. Op de hoek van de straat. Hij kijkt me recht aan door zijn onnozele bril en duwt hem nog een beetje omhoog. De harde wind blaast zijn haren in zijn gezicht. Ze zijn net te kort om zijn ogen te bedekken. Mijn adem komt weer op gang en mijn lichaam doet niet meer zeer. Hij geeft me een knuffel. Niet mijn vader, niet mijn vriendje, zelfs niet m’n te snel rennende vriendin, maar hij. Hij is de enige die samen met mij de apacalypse overleeft heeft. Moet ik hem ook dood maken omdat hij dit niet verdient? Of omdat ik niet met hem over wil blijven? Omdat ik met hem geen nieuwe wereldpopulatie op wil bouwen?

Verder lezen

Huuuuuu, ik ben niet zielig!

“Heeft hij het uitgemaakt?” “Is er iets met Bob?” “Heb je ergens pijn?” “Deed er iemand gemeen tegen je?” “Heb je een onvoldoende gehaald?” “Gaat het wel?” De afgelopen dagen lag ik onder een vragenvuur. Omdat ik eruit zie als een huilebalk. Het feest der verkoudheid is weer begonnen. 

Watervallen stromen over m’n wangen. Mijn ogen zijn rood en opgezet. Uit bed komen is moeilijk. Achter m’n laptop zitten al helemaal. Fel licht is funest. Alleen met m’n zonnebril op hou ik het langer dan tien minuten achter het scherm vol. Af en toe stopt het even. Maar als ik één zin langs m’n keel en over m’n tong laat rollen, maken de trillingen van m’n stem m’n traanbuisjes weer wakker. Image Citroenthee met paracetamol erin, de zachtste tissues, vitaminepillen, neusspray en oogdruppels in m’n tas, heel veel make-up en daar ging ik. Naar m’n werk. Want één het geld heb ik hard nodig en twee ik laat m’n collega’s niet graag zitten zo vlak voor de feestdagen.
Ik werd dan ook rijkelijk beloond voor m’n inzet. Met een bloedneus door het gebruik van de neusspray, tissues die binnen een uur op waren, uitgelopen make-up en barstende pijn in mijn hoofd. Wat zal ik er sexy uitgezien hebben. Als klap op de vuurpijl was mijn aartsvijand aan het werk bij m’n favoriete sushitentje. Ze hoefde deze keer geen sappige roddel te verzinnen. Deze was echt waar; ik zag er verschrikkelijk uit.

Ook al moest ik vandaag eigenlijk naar school, zat er maar één ding op; uitzieken. Thuis, in bed en op de bank. Het leek er even op dat m’n vriendje het af liet weten en er vandoor ging, maar uiteindelijk besloot hij me te blijven knuffelen en kreeg ik zelfs een koud washandje van hem. Voor op m’n oververhitte voorhoofd.
Het was verschrikkelijk en het was heerlijk. Het schuldgevoel van het niet naar school gaan tegenover het helende gevoel van een dag zonder verplichtingen. Het heeft me goed gedaan. Nog even genieten van een nieuwe GTST aflevering en dan weer hard aan het werk. Er ligt een stapel huiswerk op me te wachten.