Browsing Tag

gelukkig

Het trappetje

Het is stil in de trein. De weilanden tussen Heiloo en Castricum razen aan me voorbij. Ik zak wat onderuit en sluit mijn ogen. Mijn schoenen zitten zó lekker. Door de zooltjes van zijde en dons voel ik niet eens meer dat de hak 15 centimeter hoog is. Op de maat van mijn gedachten tik ik met mijn hak op de grond. luchtkasteelBij elke tik verschijnt er een puppy. Allemaal kwispelen ze vrolijk met hun staartje. Dan komt er iemand naast me zitten. Hij pakt mijn hand. Zijn hand voelt warm. Net als zijn adem. Hij doet een knoopje van zijn camouflage uniform los. Van schik schiet mijn hak diep in het zand. Het voelt zacht maar koud. Ik zwiep één van mijn hakken tegen het plafond en gebruik hem als deurklink. Nadat ik zijn hand los heb gelaten staat hij op en geeft me een knietje zodat ik door mijn deur hups. De elektriciteitsdraden schieten aan me voorbij. Gelukkig dat mijn trappetje daar handig omheen manoeuvreert. Het trappetje naar mijn luchtkasteel.

Verder lezen

Redders in nood?

‘SHIT’ hoor ik mijn stem nagalmen door de stationshal. Mijn steun en toeverlaat, mijn liefje, mijn Xperia Pro klettert als een professionele stuntman over het perron. Zijn achterkant speelt vliegtuigje, zijn lichaam klem ik snel onder mijn voet en zijn batterij sjeest richting de afgrond. Vlak voor hij over het randje schiet, vangt een hand hem op. Niet mijn hand. Ik sta onnozel van een afstandje te kijken hoe het kloppende hart van mijn telefoontje bijna ten dode opgeschreven was. Er flitste zelfs al scenario’s aan me voorbij hoe ik in de winkel een nieuw hart moest gaan kopen. Waarna hij nooit meer hetzelfde telefoontje zou zijn. Jeetje wat was ik die jongen dankbaar. Tfoeee als hij er niet was geweest..

ImageRedders in nood. Ze zijn de wereld nog niet uit. Om mij heen zeuren mensen vaak over de bubbels waar jongeren in leven. Soms is dat ook wel zo. Nu loop ik bijvoorbeeld door de stad, helemaal ín mijn nog levende telefoontje, dit te typen. Maar wanneer het nodig is, kunnen we ons bubbeltje verlaten.
Van de week stond ik bijvoorbeeld met mijn koffertje wasgoed en tassen vol spulletjes die ik perse mee naar Amsterdam wilde, te klooien op het trappetje in de trein.  Verder lezen

Nearly car crash experience.

Iedereen let op de uitleg van de lerares. Althans, zo lijkt het. Voordat ik m’n laptop open deed en ik begon met typen leek het ook alsof ik op aan het letten was. Dat was niet zo. Mijn gedachten zijn niet in dit leslokaal. Het irriteert me zelfs dat de lerares door mijn gedachten heen praat. Mijn gedachten liggen nog midden op de snelweg. Ze zweven rond over de scherpe bocht die ons, een kwartier geleden, van de ring af en richting de H.J.E. Wenckbachweg bracht. De bocht waarin we geen bocht maakte, maar waar we uit vlogen. De bocht waar we met flinke snelheid rondjes draaide en vlakvoor de afgrond tot stilstand kwamen. De bocht die we overleefde.

ImageAlles gebeurde in slow motion. De muziek viel uit en we zoefde de weg over. Van de binnen- naar de buitenbocht en weer terug. Stel we waren wel over het randje de afgrond in geleden. Dan was dit waarschijnlijk de laatste dag van mijn leven geweest. Een geweldig leven dat ik graag wil verdriedubbelen. Een leven waarin ik niks had willen missen en weinig in zou veranderen als ik het over mocht doen. Van al mijn fouten heb ik geleerd. De fouten die ik heb gemaakt zou ik anders later in mijn leven een keer maken. Hoe ouder je bent hoe groter de consequenties zijn. Fouten kun je maar beter in je pubertijd maken. Voordat je ‘opgegroeid’ bent. Verder lezen