Browsing Tag

bob

Het echte leven is begonnen…

Voor ik mijn OV in het gele apparaat stop, wacht ik even. Dit is wel héél officieel. Dit kleine momentje, om 8:17 ’s morgens in het hoekje van de drukke Albert Heijn aan de Spaarndammerdijk. Ik moet mijn studentenabonnement van mijn Ov-kaart afhalen. Ik ben, zoals ik vorige week nog wel was, geen student meer. Ik ben een Young Professional. Een Communication and Multimedia Design expert.

Behalve het studentenabonnement op mijn OV kaart, heb ik die dag ook alle studentenkortingen en studiefinanciering gedag moeten zwaaien. Daar komt bij dat ik over een paar maanden uit mijn studentencontainer in de Houthavens wordt gekickt omdat ze gesloopt worden en ik nu geen recht meer heb op een voordelige studentenwoning in Amsterdam. Het echte leven is begonnen…

Verder lezen

‘Yes, I’m from Amsterdam.’

Zo lang uitslapen als ik wil, veel te laat avondeten, gamen tot de zon opkomt,, twee weken niet stofzuigen, ontbijten met een zak chips en uitgaan tot hoe laat we maar willen. Als ik mijn toetje voor het hoofdmaal naar binnen wil werken of ze door elkaar heen wil prakken, dan doe ik dat. Bij mij thuis mag het allemaal. Ja, dat lezen jullie goed. Bij mij thuis. En nee, mijn moeder vindt die dingen niet opeens allemaal prima. Er is iets anders aan de hand. Deze kaaskop heeft haar vleugels uitgeslagen. Sinds 12 februari jl. woon ik op mezelf. Jullie mogen mij nu officieel een Mokumer noemen. Eindelijk kan ik in het buitenland stoer doen door (zonder te liegen) te zeggen: ‘Yes, I’m from Amsterdam.’.

ImageVanaf de eerste nacht slaap ik aan één stuk door tot mijn wekker aan toe. Op één grote missende factor (Bob) na, voel ik me hier helemaal thuis. Een eigen keukentje en een eigen badkamer. Geheel ingericht naar míjn smaak. Aaaaahwyeah. En als de muren op me afkomen is er  genoeg te doen in Amsterdam. Met acht minuten bussen ben ik in de binnenstad.

De verhuizing was wel een hele bevalling. Vooral het New York behang zorgde voor nogal wat familieruzies en relatiecrisissen. Maar ondanks dat het een acht delen tellende nachtmerrie van de Lidl is, hangt het nu ontzettend mooi.
Dankzij mijn handige paps. Hij ging koelbloedig verder met behangen terwijl wij, in totale paniek en gillend als een stel speenvarkentjes, door mijn kleine studentenwoninkje heen en weer renden. Verder lezen

Ongewenste gasten.

Net onder de douche vandaan, in mijn BH, met een grote witte handdoek om mijn haar, zit ik achter de computer. Met mijn handen nog op het toetsenbord staar ik met opengesperde ogen over het gangetje van de overloop. Ik staar naar het punt waar de muur om de hoek verdwijnt. Ik voel toch echt wind om me heen en dat is onmogelijk. Zal Bob, de kat, naar boven geglipt zijn? Loopt hij over de bovenverdieping te banjeren? Ik weet het zeker, ik voel wind. Net op het moment dat ik op wil staan om Bob er boos op te wijzen dat hij niet bevoegd is de eerste etage te betreden, gebeurd er iets. Ik sta oog in oog met twee gespierde, gemillimeterde mannen.

inbrekers

De één is groter dan de ander, want het ene hoofd past onder het andere hoofd terwijl ze om de hoek kijken. En het ziet er niet uit alsof ze ongemakkelijk staan. We blijven, alle drie, vijf lange seconden verstijfd staan. Wanneer ik nog meer voetstappenhoor op het balkon dringt het tot me door.
DIT IS EEN OVERVAL IK GA DOOD IK STA IN MIJN BH ZE KUNNEN ME MAKKELIJK AAN MET ZIJN DRIEEN VIEZE DIEVEN
Er zit maar één ding op. Gillen.

Zonder na te denken sta ik op en zet ik het, nog steeds in mijn BH, op een gillen. De kale verschrikte koppen schieten terug waar ze vandaag komen. Helaas niet de hele weg terug naar Polen maar in ieder geval uit mijn zicht. Na een lange minuut keihard krijsend op dezelfde plek te hebben gestaan, durf ik actie te ondernemen. In mijn vaders badjas, maatje XXXL, sprint ik van de ene naar de andere kant van het huis. Behalve de verkrachtte balkondeur en het met modder ingetrapte tapijt in de logeerkamer is het huis nog in tact. Verder lezen

Kutkerst

De middag voor kerst. Het enige moment waarop ik tijd had om kerstcadeautjes te kopen. Na te hebben gewerkt, van acht uur s‘ochtends tot één uur ’s middags, haastte ik mij de stad in. 

ImageOm half vier had ik alweer een afspraak bij de kapper. Na voor iedereen cadeautjes te hebben ingeslagen, stond ik in een boekwinkeltje met een boek over mysteries van de mensheid in mijn hand. Het zweet droop langs m’n nek van de zware tassen, de drukte en de warmte in de winkels die we met zijn allen in onze winterjassen trotseren.
Ik sloeg het boek open op pagina 242. ‘Yeti’ stond er. De bijnaam van mijn vriendje. Ik deed het boek dicht en kocht het. Na meer dan honderd euro uit te hebben gegeven aan anderen, heb ik het verdiend.

Daar zit ik dan. In mijn eentje. Onder de kerstboom. Met een glas Baileys, de twee bladzijden over de ‘verschrikkelijke sneeuwman’ te lezen. Er zijn drie soorten Yeti’s. De kleine, de grote en de reusachtige. Mensen die er nog nooit eentje in het echt hebben gezien zeggen dat het net een beer of een aap is. Mensen die er wel eentje hebben gezien, zeggen dat de Yeti op beide niet lijkt. Nadat één of andere geleerde een Yeti-schedel heeft onderzocht, bleek het om een grote rechtoplopende geit te gaan. Ik mis mijn Yeti. Heel erg.
Zelfs BOB heeft geen zin om bij me te zitten. Hij kijkt me vanaf de bank aan en ik zie hem denken; ‘Wat doet ze daar op de grond, met die rare rood met witte muts op, met dat veel te kort geknipte mislukte kapsel, naast die vreemd ruikende boom.. Oké even naar dat bolletje staren. Het is wit, het is fluffy. Zal ik het pakken? Nee, ik leg mijn kop maar weer lekker neer en val in drolvorm in slaap. Hollaaa!’. Als ik Bob was zou ik dat ook denken.
M’n drankje achterover en naar bed dan maar. Cheers! Op morgen. Dat morgen een groter succes mag worden en dat iedereen mijn cadeautjes leuk zal vinden. Fijne kerstavond allemaal!

Celebrate while we still can.

Volgende maand zijn we allemaal dood. Nog 28 dagen voordat de wereld vergaat. Ontploft de wereld? Worden we overspoeld met lava? Breekt er volgende maand een nieuwe wereldoorlog uit? Staat de kosmische poort naar de aarde open door de stand van de zon waardoor er spirituele vernietigende krachten naar binnen zullen stromen? Of hebben we de Maya-kalender weer niet goed begrepen en gaan we pas in 2208 ten onder?

Op National Geographic wordt nu een serie uitgezonden over mensen die er heilig in geloven dat de wereld binnenkort ten onder gaat. ‘Doomsday Preppers’ heet het. Ze hopen dat ze de dag des doods overleven door zo veel mogelijk eten op te slaan in de kelder en hun huis zo stevig mogelijk te maken tegen de vernietigende elementen die er volgens hen thuis langskomen. Er zijn nog extremere gevallen dan dat. Mensen die al hun geld uitgeven aan campagnes waarmee ze anderen ervan willen overtuigen dat we echt dood gaan eind 2012 en die dan net genoeg geld overhouden om het uit te zitten tot eind dit jaar.
Als ik zou geloven dat we over minder dan een maand allemaal dood gaan, zou ik iets heel anders aan het doen zijn. Mijn bucketlist is niet heel lang. Belangrijker vind ik het om zo veel mogelijk lol te hebben en te doen waar ik zin in heb. Toch zou ik met mijn lijstje een maand makkelijk vol krijgen. Verder lezen

All by myself. NOT!

‘All by myself, I wanna be all by myself!!!’ wordt er door de andere kant van de telefoon gekrijst. Ik ben twee minuten te laat en mijn vriendin staat vriendloos en alleen op het hoekje van het plein op me te wachten.

Eric Carmen brengt ons de serieuze boodschap dat hij bang is om alleen te zijn. Dat hij niet zonder liefde kan.  Wij maken daar grapjes over door zijn liedje te zingen als één van ons ietsje bij de groep vandaan loopt, als we twee minuten alleen op de ander staan te wachten of als er drie van de vier naar het toilet moeten en er eentje aan de bar overblijft om op de tassen te passen. Allemaal heel grappig natuurlijk, maar eigenlijk zijn we onderhuids allemaal bang om alleen te zijn. Zonder liefde, zonder genegenheid. Liefde is volgens veel mensen de drijvende kracht achter ons bestaan. Het is ook meestal zo dat hoe meer liefde je geeft, hoe meer je ontvangt. Niet altijd natuurlijk. Er zijn genoeg mensen die wel liefde willen geven, maar niet weten hoe. Mensen die beter zijn in alleen zijn. Verder lezen

De man-man.

Ik ben happy in l-o-v-e, het klinkt misschien cheesy, maar WOW, hij is leuk! Hij geeft me zo veel aandacht en liefde, hij neemt me zoals ik ben, loopt met me mee naar de bushalte, hij geeft altijd een schattige gilletje als ik weer thuis kom en kruipt dan lekker tegen me aan. M’n kat, Bob, is zo geweldig! Daarnaast heb ik ook nog een vriendje. 

Image

Een paar van Bob zijn eigenschappen heeft hij ook; weinig praten, lekker lui en ik krijg af en toe ook nog wel liefde van hem, kortom, een echte man-man. Precies wat ik nodig heb. Waarschijnlijk denk je, ‘wat is nou een man-man?’. Is één keer zeggen niet genoeg? Nee, hij is niet alleen een man, hij wil er ook echt eentje zijn.
Wil elke man dat niet? Tot op zekere hoogte wel, maar man-mannen vinden het belangrijk dit af en toe te bewijzen. Sommige mannen staat het niet, dat man-mannen gedoe, maar wanneer een man het af en toe subtiel naar voren kan laten komen, op zijn eigen stoere maniertje, Hmm hmm hmm sexy! Een tikkeltje macho en een beetje beschermend bijvoorbeeld. Hij is dus zo’n een subtiele man-man. Door zijn man-mannen gedoe, maak ik me ook minder druk om kleine dingen. ‘Och, die paar uurtjes langer op.’,‘Ajoh, nog een spelletje.’,’Naja de bus komt over een half uur weer.’, Mehh, dat huiswerk kan ook morgen gemaakt worden,’,’Ooooh, maar een kwartiertje te laat!’. Door hem neem ik het allemaal wat minder serieus. De wereld draait toch even snel rond zijn as.. Vice versa hebben mijn onnodige stressaanvallen vaak totaal geen effect op hem. Heerlijk is dat. I love him for that!