Browsing Tag

Alleen

Ongewenste gasten.

Net onder de douche vandaan, in mijn BH, met een grote witte handdoek om mijn haar, zit ik achter de computer. Met mijn handen nog op het toetsenbord staar ik met opengesperde ogen over het gangetje van de overloop. Ik staar naar het punt waar de muur om de hoek verdwijnt. Ik voel toch echt wind om me heen en dat is onmogelijk. Zal Bob, de kat, naar boven geglipt zijn? Loopt hij over de bovenverdieping te banjeren? Ik weet het zeker, ik voel wind. Net op het moment dat ik op wil staan om Bob er boos op te wijzen dat hij niet bevoegd is de eerste etage te betreden, gebeurd er iets. Ik sta oog in oog met twee gespierde, gemillimeterde mannen.

inbrekers

De één is groter dan de ander, want het ene hoofd past onder het andere hoofd terwijl ze om de hoek kijken. En het ziet er niet uit alsof ze ongemakkelijk staan. We blijven, alle drie, vijf lange seconden verstijfd staan. Wanneer ik nog meer voetstappenhoor op het balkon dringt het tot me door.
DIT IS EEN OVERVAL IK GA DOOD IK STA IN MIJN BH ZE KUNNEN ME MAKKELIJK AAN MET ZIJN DRIEEN VIEZE DIEVEN
Er zit maar één ding op. Gillen.

Zonder na te denken sta ik op en zet ik het, nog steeds in mijn BH, op een gillen. De kale verschrikte koppen schieten terug waar ze vandaag komen. Helaas niet de hele weg terug naar Polen maar in ieder geval uit mijn zicht. Na een lange minuut keihard krijsend op dezelfde plek te hebben gestaan, durf ik actie te ondernemen. In mijn vaders badjas, maatje XXXL, sprint ik van de ene naar de andere kant van het huis. Behalve de verkrachtte balkondeur en het met modder ingetrapte tapijt in de logeerkamer is het huis nog in tact. Verder lezen

Kutkerst

De middag voor kerst. Het enige moment waarop ik tijd had om kerstcadeautjes te kopen. Na te hebben gewerkt, van acht uur s‘ochtends tot één uur ’s middags, haastte ik mij de stad in. 

ImageOm half vier had ik alweer een afspraak bij de kapper. Na voor iedereen cadeautjes te hebben ingeslagen, stond ik in een boekwinkeltje met een boek over mysteries van de mensheid in mijn hand. Het zweet droop langs m’n nek van de zware tassen, de drukte en de warmte in de winkels die we met zijn allen in onze winterjassen trotseren.
Ik sloeg het boek open op pagina 242. ‘Yeti’ stond er. De bijnaam van mijn vriendje. Ik deed het boek dicht en kocht het. Na meer dan honderd euro uit te hebben gegeven aan anderen, heb ik het verdiend.

Daar zit ik dan. In mijn eentje. Onder de kerstboom. Met een glas Baileys, de twee bladzijden over de ‘verschrikkelijke sneeuwman’ te lezen. Er zijn drie soorten Yeti’s. De kleine, de grote en de reusachtige. Mensen die er nog nooit eentje in het echt hebben gezien zeggen dat het net een beer of een aap is. Mensen die er wel eentje hebben gezien, zeggen dat de Yeti op beide niet lijkt. Nadat één of andere geleerde een Yeti-schedel heeft onderzocht, bleek het om een grote rechtoplopende geit te gaan. Ik mis mijn Yeti. Heel erg.
Zelfs BOB heeft geen zin om bij me te zitten. Hij kijkt me vanaf de bank aan en ik zie hem denken; ‘Wat doet ze daar op de grond, met die rare rood met witte muts op, met dat veel te kort geknipte mislukte kapsel, naast die vreemd ruikende boom.. Oké even naar dat bolletje staren. Het is wit, het is fluffy. Zal ik het pakken? Nee, ik leg mijn kop maar weer lekker neer en val in drolvorm in slaap. Hollaaa!’. Als ik Bob was zou ik dat ook denken.
M’n drankje achterover en naar bed dan maar. Cheers! Op morgen. Dat morgen een groter succes mag worden en dat iedereen mijn cadeautjes leuk zal vinden. Fijne kerstavond allemaal!

All by myself. NOT!

‘All by myself, I wanna be all by myself!!!’ wordt er door de andere kant van de telefoon gekrijst. Ik ben twee minuten te laat en mijn vriendin staat vriendloos en alleen op het hoekje van het plein op me te wachten.

Eric Carmen brengt ons de serieuze boodschap dat hij bang is om alleen te zijn. Dat hij niet zonder liefde kan.  Wij maken daar grapjes over door zijn liedje te zingen als één van ons ietsje bij de groep vandaan loopt, als we twee minuten alleen op de ander staan te wachten of als er drie van de vier naar het toilet moeten en er eentje aan de bar overblijft om op de tassen te passen. Allemaal heel grappig natuurlijk, maar eigenlijk zijn we onderhuids allemaal bang om alleen te zijn. Zonder liefde, zonder genegenheid. Liefde is volgens veel mensen de drijvende kracht achter ons bestaan. Het is ook meestal zo dat hoe meer liefde je geeft, hoe meer je ontvangt. Niet altijd natuurlijk. Er zijn genoeg mensen die wel liefde willen geven, maar niet weten hoe. Mensen die beter zijn in alleen zijn. Verder lezen