Het trappetje

Het is stil in de trein. De weilanden tussen Heiloo en Castricum razen aan me voorbij. Ik zak wat onderuit en sluit mijn ogen. Mijn schoenen zitten zó lekker. Door de zooltjes van zijde en dons voel ik niet eens meer dat de hak 15 centimeter hoog is. Op de maat van mijn gedachten tik ik met mijn hak op de grond. luchtkasteelBij elke tik verschijnt er een puppy. Allemaal kwispelen ze vrolijk met hun staartje. Dan komt er iemand naast me zitten. Hij pakt mijn hand. Zijn hand voelt warm. Net als zijn adem. Hij doet een knoopje van zijn camouflage uniform los. Van schik schiet mijn hak diep in het zand. Het voelt zacht maar koud. Ik zwiep één van mijn hakken tegen het plafond en gebruik hem als deurklink. Nadat ik zijn hand los heb gelaten staat hij op en geeft me een knietje zodat ik door mijn deur hups. De elektriciteitsdraden schieten aan me voorbij. Gelukkig dat mijn trappetje daar handig omheen manoeuvreert. Het trappetje naar mijn luchtkasteel.

Een plek voor mij alleen. Een plek om tot rust te komen. Waar al mijn dromen mijn nachtmerries in de pan hakken. Waar ie-de-reen van me houdt. Ik van mezelf dus, want er heeft nog nooit iemand toegang gehad tot mijn luchtkasteel. De manier waarop ik ernaartoe vertrek is nooit hetzelfde. Anders zou ik hem jullie natuurlijk niet vertellen. Maar meestal is er wel een mooie jongen in de buurt om me naar de goede kant op te helpen.

Ik ren meestal op de trap. Zonder moe te worden. Dan heeft mijn helpende hand onderaan de trap ook nog iets om naar te kijken. Achterom kijken, met bouncy billen en een stralende glimlach. Dat kan geen man weerstaan. Probeer maar eens tijdens een rondje hardlopen. Niet je eerste rondje. Je moet wel goed in vorm zijn om hem af te kunnen schudden zo nodig. Op mijn trappetje zal dat niet zo snel gebeuren. Wanneer iemand anders op een trede stapt wordt hij of zij namelijk instantly aangevallen door whatever is there to protect me. In dit geval ontelbare donzige puppy met hoektanden waar je u tegen zegt.

Aan het eind van mijn trappetje staat een torenhoge schutting vol klimop. Met daar achter mijn kasteel. Zonder torenkamertjes. Ik hou namelijk helemaal niet van kleine hoge ruimtes. De klimop bloeit op en zwaait voor me opzij. De bladeren zijn oranje. Een paar mee geglipte puppy’s happen naar de bloemen. Ik stap mijn hal in. Wat ik daar zie, zie alleen ik.

bouw je eigen luchtkasteelEn dat allemaal dankzij Barbara Sophia Tammes en haar handboek voor het bouwen van je eigen luchtkasteel. Een boek waarmee je jezelf gelukkig fantaseert en jezelf beter leert kennen. Stop met afvragen wat er in mijn luchtkasteel afspeelt en bouw er zelf één. Of twee. Of een dorp vol luchtkastelen. Er zijn geen grenzen. Bouw voor elke mooie gebeurtenis een kamer. Koop alles dat je altijd al wilde hebben. En customize het. Maak er de mooiste plek van de wereld van. Zoals Barbara het noemt: het mooiste plekje aan de binnenkant van je hoofd.

Previous Post Next Post

You Might Also Like

Geen berichten

Laat een bericht achter